Citaat | Hoge Raad 14 april 2017

Onder 2.3.1. Hoge Raad 14 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:671.

Het Hof heeft hieromtrent geoordeeld dat, mede omdat belanghebbende onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven, niet is overschreden het tijdsverloop dat noodzakelijkerwijs is gemoeid met (i) het verkrijgen van de inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de verschuldigde belasting, en (ii) het met redelijke voortvarendheid voorbereiden en vaststellen van de navorderingsaanslag aan de hand van de gegevens die de Inspecteur ter beschikking staan. Na te hebben opgemerkt dat de navorderingsaanslag over 1999 binnen de reguliere termijn van vijf jaar is vastgesteld, heeft het Hof overwogen dat in maart 2003 een gerechtelijk vooronderzoek van start is gegaan en dat, indien veronderstellenderwijs moet worden uitgegaan van het feit dat de Inspecteur tot 30 december 2004 geen verdere actie heeft ondernomen, dat niet als onverklaarbaar kan worden beschouwd. Belanghebbende heeft, aldus het Hof, niet met feiten en/of omstandigheden gestaafd zijn stelling dat de Inspecteur over voldoende gegevens beschikte om beide aanslagen eerder op te leggen, laat staan om in redelijkheid de hoogte daarvan te kunnen bepalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/507d7e5b01be8a82b3f152e10074b3d976b929175b423db7632be3537ab7d524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 507d7e5b01be8a82b3f152e10074b3d976b929175b423db7632be3537ab7d524, en de alinea staat in dat document op bytes 15857 tot 16995.