Citaat | Hoge Raad 14 april 2017
Onder 2.3.2. Hoge Raad 14 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:671.
Het tweede middel richt zich tegen de hiervoor in 2.3.1 vermelde oordelen van het Hof. Het middel acht die oordelen onjuist dan wel onbegrijpelijk, in de eerste plaats omdat de onderhavige navorderingsaanslag is opgelegd op 3 november 2006, zodat het Hof had moeten beoordelen of in de periode van maart 2003 (start van het gerechtelijk vooronderzoek) tot 3 november 2006 geen onverklaarbare vertragingen zijn opgetreden. Het middel betoogt voorts dat de onderhavige navorderingsaanslag en de navorderingsaanslag over 1999 steunen op dezelfde, tijdens de hiervoor in 2.1.9 vermelde doorzoekingen aangetroffen informatie, zodat niet is te begrijpen waarom voor het opleggen van de onderhavige navorderingsaanslag ruim twee jaar meer nodig is geweest dan voor het opleggen van de navorderingsaanslag over 1999. Volgens het middel klemt dit des te meer omdat het Hof aan zijn oordelen mede ten grondslag heeft gelegd dat door het niet‑voldoen aan de inlichtingenverzoeken in ieder geval niet gesteld kan worden dat niet met de nodige voortvarendheid is gehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/507d7e5b01be8a82b3f152e10074b3d976b929175b423db7632be3537ab7d524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 507d7e5b01be8a82b3f152e10074b3d976b929175b423db7632be3537ab7d524, en de alinea staat in dat document op bytes 17091 tot 18166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/507d7e5b01be8a82b3f152e10074b3d976b929175b423db7632be3537ab7d524 | shasum -a 256