Citaat | Hoge Raad 14 april 2017

Onder 2.4.1. Hoge Raad 14 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:673.

Het derde en vierde middel richten zich tegen de in de onderdelen 7.7 tot en met 7.24 van de uitspraak van het Hof weergegeven oordelen dat, kort samengevat, het geheel van de door belanghebbende verrichte werkzaamheden in verband met (onder andere) de VBK-transactie in fiscale zin een onderneming vormde die door belanghebbende werd gedreven met behulp van [B] als vaste vertegenwoordiger, en dat de door [C] met de VBK‑transactie behaalde winst aan belanghebbende moet worden toegerekend. Het Hof heeft daarbij groot gewicht toegekend aan hetgeen [D] heeft verklaard tijdens het hiervoor in 2.1.8 genoemde onderzoek. Volgens het Hof volgt daaruit dat [D] weliswaar statutair bestuurder was van [C] , maar dat hij feitelijk slechts de uitvoerder was van hetgeen belanghebbende hem opdroeg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9215fa612caac4b3b306bee4b9118cd4394967b76a38f95dbf149f8c43dfa5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9215fa612caac4b3b306bee4b9118cd4394967b76a38f95dbf149f8c43dfa5a, en de alinea staat in dat document op bytes 15595 tot 16401.