Citaat | Hoge Raad 14 april 2017

Onder 2.5.2. Hoge Raad 14 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:676.

Uit de hiervoor in 2.1 vermelde feiten en ’s Hofs hiervoor in 2.4 vermelde, in cassatie tevergeefs bestreden, oordelen volgt dat de kosten en baten van [C] , [LL] en [BBB] moeten worden aangemerkt als kosten en baten van de (mede) door belanghebbende gedreven onderneming. Dit brengt mee dat ter zake van de tussen deze lichamen onderling verrichte transacties in fiscaal opzicht geen winsten en verliezen worden gerealiseerd. Dat geldt zowel voor de hiervoor in 2.1.10 genoemde winst van [C] als voor de rente die door [BBB] is betaald op de door haar schuldig gebleven koopsom. Het vijfde middel slaagt in zoverre en behoeft voor het overige geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f4c7e8178ebdc32d44813a4c6e863dbe9d480aced6aba6841b0dc52082490a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f4c7e8178ebdc32d44813a4c6e863dbe9d480aced6aba6841b0dc52082490a9, en de alinea staat in dat document op bytes 22578 tot 23255.