Citaat | Hoge Raad 14 april 2017
Onder 3.3.4 Hoge Raad 14 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689.
29 Hieruit volgt dat noch de juridische kwalificatie naar nationaal recht van de verhouding die de betrokkene met het uitzendbureau verbindt, noch de aard van hun rechtsbetrekking, noch de vorm van deze verhouding doorslaggevend is voor de aanduiding van deze persoon als ‘werknemer’ in de zin van richtlijn 2008/104. Derhalve kan, anders dan de Ruhrlandklinik in haar opmerkingen betoogt, een persoon als K. niet van het begrip ‘werknemer’ in de zin van deze richtlijn, en daarmee niet van de werkingssfeer daarvan, worden uitgesloten enkel op de grond dat zij niet door een arbeidsovereenkomst is verbonden met het uitzendbureau en dus naar Duits recht geen werknemer is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cec033093532ef4d442d898b8d46ec2f622dafc8f588b62be9e19a671f7fe26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cec033093532ef4d442d898b8d46ec2f622dafc8f588b62be9e19a671f7fe26, en de alinea staat in dat document op bytes 26922 tot 27616.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6cec033093532ef4d442d898b8d46ec2f622dafc8f588b62be9e19a671f7fe26 | shasum -a 256