Citaat | Hoge Raad 14 april 2017

Onder 3.4.5 Hoge Raad 14 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:693.

Indien de vennootschap een pensioentoezegging doet, dient zij zorg te dragen dat zij deze te zijner tijd kan nakomen. Indien en voor zover de opbouw van het pensioen in eigen beheer plaatsvindt, dient zij daarom in beginsel over voldoende kapitaal daartoe te beschikken (in de vorm van een voorziening of van eigen vermogen). In verband met de bepaling van art. 3.29 Wet IB 2001 (die een rekenrente voorschrijft van ten minste 4%) kan de fiscale pensioenreserve in dit verband onvoldoende zijn (hetgeen mede aanleiding is geweest voor de totstandkoming van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen, Stb. 2017, 115). Bij het vorenstaande dient dan ook te worden uitgegaan van de zogeheten commerciële waarde van de toezegging, waarbij de heersende marktrente tot uitgangspunt wordt genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2419fbf4b2c8dd08442ac3002b216f406b69438fca6dcf54d1a086d104677688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2419fbf4b2c8dd08442ac3002b216f406b69438fca6dcf54d1a086d104677688, en de alinea staat in dat document op bytes 16884 tot 17729.