Citaat | Hoge Raad 14 april 2017

Onder 4.1.2 Hoge Raad 14 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:694.

Onderdeel 2 klaagt over de verwerping van het subsidiaire standpunt van Zürich. Het onderdeel geeft dat standpunt als volgt weer. Zürich heeft als verzekeraar van Poll de schade van Cargill vergoed. Deze uitkering geldt (als geen sprake is van hoofdelijke verbondenheid van Zürich) als betaling namens of voor Poll aan Cargill. Poll is daardoor op grond van art. 6:12 BW gesubrogeerd in de vordering tot schadevergoeding van Cargill op Polls hoofdelijke medeschuldenaar LAG. Zürich wordt op grond van het Oostenrijkse recht gesubrogeerd in de aanspraken tot schadevergoeding van haar verzekerde Poll en dus ook in de aanspraak die Poll op grond van art. 6:12 BW van Cargill heeft verkregen. Volgens onderdeel 2.3 getuigt het oordeel van het hof in rov. 3.11 dat de rechten van Poll jegens LAG waarin Zürich is gesubrogeerd, primair contractueel zijn bepaald, van een onjuiste rechtsopvatting voor zover het hof miskent dat Zürich verhaal zoekt op grond van subrogatie in Cargills vordering uit onrechtmatige daad en dat deze niet primair contractueel bepaald is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5c7cd09cfcdb942a8636a1cb935117b1cbbd666ef99931aff5bc1a75609b381. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5c7cd09cfcdb942a8636a1cb935117b1cbbd666ef99931aff5bc1a75609b381, en de alinea staat in dat document op bytes 16948 tot 18029.