Citaat | Hoge Raad 14 april 2017

Onder 4.2.2 Hoge Raad 14 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:694.

Zürich heeft haar beroep op rechtsmacht van de Nederlandse rechter gebaseerd op art. 5, aanhef en onder 3, van de Verordening (EG) 44/2001 van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, PbEG 2001, L12/1 (hierna: de EEX-Vo). Zürich beroept zich erop dat haar vordering is gebaseerd op aansprakelijkheid van LAG uit onrechtmatige daad en dat de schade in Nederland is ontstaan. Hiertegenover heeft LAG zich beroepen op exclusieve bevoegdheid van de Belgische rechter in verband met het hiervoor in 3.1 onder (iii) bedoelde forumkeuzebeding in de overeenkomst tussen LAG en Poll (art. 23 EEX-Vo). In cassatie is terecht niet in geschil dat art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo niet kan worden ingeroepen tegen een verweerder die zich met succes kan beroepen op een forumkeuzebeding als bedoeld in art. 23 EEX-Vo waarin een andere rechter als bevoegd is aangewezen dan uit art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo zou volgen (vgl. HR 24 september 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2968, NJ 2000/552).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5c7cd09cfcdb942a8636a1cb935117b1cbbd666ef99931aff5bc1a75609b381. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5c7cd09cfcdb942a8636a1cb935117b1cbbd666ef99931aff5bc1a75609b381, en de alinea staat in dat document op bytes 18423 tot 19515.