Citaat | Hoge Raad 14 april 2017
Onder 4.2.4 Hoge Raad 14 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:694.
De aanspraak van Cargill op Zürich dient te worden beoordeeld naar Nederlands recht (art. 3 Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg). In cassatie is niet in geschil dat Cargill het eigen recht als bedoeld in art. 6 WAM heeft uitgeoefend jegens Zürich als aansprakelijkheidsverzekeraar van Poll. Ook staat in cassatie vast dat Nederlands recht van toepassing is op de vraag of Zürich is gesubrogeerd in de rechten van Cargill jegens LAG. Voorts gaan beide partijen ervan uit dat Zürich (ook) naar Oostenrijks recht wordt gesubrogeerd in de rechten van haar verzekerde Poll jegens LAG. Daarbij gaan partijen tevens ervan uit dat deze subrogatie dezelfde rechtsgevolgen heeft als een subrogatie in de zin van art. 7:962 BW. In cassatie staat derhalve niet ter discussie dat de Belgische rechter op grond van art. 23 EEX-Vo rechtsmacht heeft voor zover Zürich is getreden in de positie van Poll als contractspartij van LAG.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5c7cd09cfcdb942a8636a1cb935117b1cbbd666ef99931aff5bc1a75609b381. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5c7cd09cfcdb942a8636a1cb935117b1cbbd666ef99931aff5bc1a75609b381, en de alinea staat in dat document op bytes 20565 tot 21540.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5c7cd09cfcdb942a8636a1cb935117b1cbbd666ef99931aff5bc1a75609b381 | shasum -a 256