Citaat | Hoge Raad 18 april 2017

Onder 2.2. Hoge Raad 18 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:706.

In het tweede en derde geval is er geen sprake van een bestuursrechtelijke bevoegdheid op grond waarvan toezichthoudende bevoegdheden mochten worden uitgeoefend. De raadsman heeft betoogd dat, gezien de feitelijke situatie die uit het dossier naar voren komt, niet anders kan worden geconcludeerd dan dat er sprake is van een opsporingsonderzoek. Dat maakt dat de vormverzuimen hebben plaatsgevonden in het voorbereidend onderzoek. De raadsman heeft vervolgens gemotiveerd uiteengezet dat aan deze vormverzuimen de sanctie van bewijsuitsluiting dient te worden verbonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f54c8b825b3fd5adf7c59b3c3311cd0d63c0d7521eaad7b036d731a9e6f08167. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f54c8b825b3fd5adf7c59b3c3311cd0d63c0d7521eaad7b036d731a9e6f08167, en de alinea staat in dat document op bytes 11495 tot 12080.