Citaat | Hoge Raad 18 april 2017
Onder 4.5. Hoge Raad 18 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:706.
Aan het vorenoverwogene doet niet af dat de Hoge Raad in eerdere rechtspraak heeft geoordeeld dat het bestaan van het redelijk vermoeden dat iemand zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, niet in de weg staat aan het uitoefenen van controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren, mits bij aanwending van die bevoegdheden tegenover een verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen in acht worden genomen, terwijl voor het uitoefenen van controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren in beginsel evenmin een belemmering vormt de omstandigheid dat het uitoefenen van een zodanige bevoegdheid het verrichten van opsporingshandelingen mogelijk maakt (zie onder meer HR 1 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2454, NJ 2017/84). In deze rechtspraak is immers telkens tot uitgangspunt genomen dat opsporingsambtenaren bevoegd waren tot het uitoefenen van controlebevoegdheden. In de onderhavige zaak heeft het Hof evenwel geen vaststellingen gedaan omtrent de feitelijke gang van zaken met betrekking tot het optreden van de politie en evenmin onderzocht op welke wettelijke grondslag de politie is overgegaan tot de controle van het voertuig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f54c8b825b3fd5adf7c59b3c3311cd0d63c0d7521eaad7b036d731a9e6f08167. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f54c8b825b3fd5adf7c59b3c3311cd0d63c0d7521eaad7b036d731a9e6f08167, en de alinea staat in dat document op bytes 21810 tot 22977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f54c8b825b3fd5adf7c59b3c3311cd0d63c0d7521eaad7b036d731a9e6f08167 | shasum -a 256