Citaat | Hoge Raad 21 april 2017

Onder 2.3.2. Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:712.

Het Hof heeft voorts – onder meer onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 juni 2006, Heintz van Landewijck Sarl, C‑494/04, ECLI:EU:C:2006:407, BNB 2007/16 - verworpen het standpunt van belanghebbende dat toepassing van artikel 8, lid 4, letter a, van de Wet achterwege moet blijven omdat de Nederlandse autoriteiten hebben nagelaten tijdig de melding als bedoeld in artikel 80, lid 3, van BTW-richtlijn 2006 te doen en ook hebben nagelaten het BTW-Comité voorafgaand aan de invoering van artikel 8, lid 4, letter a, van de Wet daarvan op de hoogte te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/677cf5ce9790cedf896d7955f5cc84a3b894416e2d36dd6a44d18f8b1464f3b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 677cf5ce9790cedf896d7955f5cc84a3b894416e2d36dd6a44d18f8b1464f3b1, en de alinea staat in dat document op bytes 17143 tot 17767.