Citaat | Hoge Raad 21 april 2017

Onder 2.3.8. Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:712.

Voor zover het tweede middel is gericht tegen de hiervoor in 2.3.1 omschreven oordelen van het Hof en betoogt dat bij de twee bestelauto’s geen sprake is van het ‘voor andere dan bedrijfsdoeleinden’ in gebruik geven van een auto in de zin van artikel 8, lid 4, letter a, van de Wet, dat evenmin sprake is van verbonden partijen in de zin van artikel 8, lid 4, letters a en b, van de Wet, en dat, aangezien in de onderhavige gevallen van belastingfraude of belastingontwijking geen sprake is, toepassing van artikel 8, lid 4, letter a, van de Wet in strijd is met artikel 80 van BTW-richtlijn 2006, faalt het eveneens. De oordelen van het Hof geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kunnen, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de wetgever werknemers als verbonden personen als bedoeld in artikel 80 van BTW‑richtlijn 2006 mocht aanmerken. Het beschikbaar stellen van een auto – ook al zou dat zijn overeengekomen voorafgaand aan de formalisering van de (uiteindelijke) arbeidsovereenkomst - is onlosmakelijk met die arbeidsovereenkomst verbonden en gaat daarvan deel uitmaken (vgl. onderdeel 5.23 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/677cf5ce9790cedf896d7955f5cc84a3b894416e2d36dd6a44d18f8b1464f3b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 677cf5ce9790cedf896d7955f5cc84a3b894416e2d36dd6a44d18f8b1464f3b1, en de alinea staat in dat document op bytes 25784 tot 27086.