Citaat | Hoge Raad 18 april 2017

Onder 2.4.1. Hoge Raad 18 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:723.

Vooropgesteld wordt dat de in art. 344a, derde lid, Sv gebezigde term "personen wier identiteit niet blijkt" niet omvat personen wier persoonsgegevens niet (volledig) zijn vermeld in het proces-verbaal waarin hun verklaringen zijn opgenomen, maar van wie vaststaat dat zij wel zodanig kunnen worden geïndividualiseerd dat de verdediging desgewenst hun verhoor als getuige door de rechter-commissaris of ter terechtzitting kan verzoeken. (Vgl. HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:230, NJ 2014/362.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c999c1e489f60eae78922d1badc8c34b0db69a0ffb98f983c7a7e29573de285b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c999c1e489f60eae78922d1badc8c34b0db69a0ffb98f983c7a7e29573de285b, en de alinea staat in dat document op bytes 38966 tot 39478.