Citaat | Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.3.1 Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773.

In zijn eerste tussenarrest heeft het hof overwogen dat de door [A] gesloten overeenkomsten Profit Effect als zodanig rechtsgeldig zijn, en dat Dexia daarom in beginsel nakoming daarvan kan verlangen, waaronder betaling van de na de tussentijdse beëindiging nog verschuldigde resterende maandelijkse rentetermijnen (rov. 3.11). Het heeft ambtshalve de vraag aan de orde gesteld of het door Dexia aan haar vordering ten grondslag gelegde art. 6 Bijzondere voorwaarden een oneerlijk beding is als bedoeld in Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: Richtlijn 93/13), in het bijzonder of dit beding een onevenredig hoge schadevergoeding oplegt als bedoeld in de indicatieve lijst van die richtlijn (Bijlage bij de richtlijn, punt 1, aanhef en onder e) (rov. 3.12). Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over deze vraag uit te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f694f98aa7cc192e9d827bcab9f6d94aab0e71f11104dd13e4c3e2f714fc575e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f694f98aa7cc192e9d827bcab9f6d94aab0e71f11104dd13e4c3e2f714fc575e, en de alinea staat in dat document op bytes 12496 tot 13446.