Citaat | Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.8.1 Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773.

Hieraan doet niet af dat het hiervoor in 3.7.5 genoemde voordeel dan wel het hiervoor aan het slot van 3.7.8 genoemde verschil onder omstandigheden ook zeer gering of zelfs nihil kan zijn, afhankelijk van de rentestand en het tijdstip van de beëindiging of ontbinding van de overeenkomst. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor in 3.5.4-3.5.6 is overwogen, gaat het te dezen immers om de gevolgen die het beding voor de consument kan hebben, en om de aantasting van diens rechtspositie door het beding, beide beoordeeld naar het moment van het aangaan van de overeenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f694f98aa7cc192e9d827bcab9f6d94aab0e71f11104dd13e4c3e2f714fc575e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f694f98aa7cc192e9d827bcab9f6d94aab0e71f11104dd13e4c3e2f714fc575e, en de alinea staat in dat document op bytes 39455 tot 40036.