Citaat | Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.9.1 Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773.

Het antwoord op de eerste vraag luidt dus bevestigend. Dat betekent dat de rechter gehouden is het beding van art. 6 Bijzondere voorwaarden op grond van art. 6:233 BW te vernietigen voor zover dit betrekking heeft op de rentetermijnen die ten tijde van de beëindiging op grond van die bepaling nog toekomstig waren. Op die rentetermijnen kan dus niet op grond van art. 6 Bijzondere voorwaarden aanspraak worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f694f98aa7cc192e9d827bcab9f6d94aab0e71f11104dd13e4c3e2f714fc575e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f694f98aa7cc192e9d827bcab9f6d94aab0e71f11104dd13e4c3e2f714fc575e, en de alinea staat in dat document op bytes 41236 tot 41670.