Citaat | Hoge Raad 9 mei 2017

Onder 2.2. Hoge Raad 9 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 9 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:826.

Ik verzoek om aanhouding. Door mij is een beroepsfout begaan door niet eerst af te stemmen met cliënte of zij op de zittingsdatum in Nederland zou zijn. Ik dacht dat ze eenmalig in het buitenland was. Ik heb onvoldoende inzicht gehad in haar werkzaamheden. Ze werkt bij [A] , waar een grote fraude is ontstaan. Mijn cliënte is betrokken bij het onderzoek daarnaar. Ik realiseerde mij niet dat zij gedurende het hele jaar periodes in het buitenland verblijft. Ik had dit eerst met haar moeten overleggen. Ze wil hoe dan ook bij de zitting aanwezig zijn. Ik heb per e-mail met haar besproken of ze mij kon machtigen, maar ze heeft aangegeven dat ze absoluut zelf bij de zitting aanwezig wilde zijn. Ik heb ook een e-mail van de echtgenoot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/443bf0caf3c04781b8cf221620c0b61caa8986f5c78338856caf03d634efcba7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 443bf0caf3c04781b8cf221620c0b61caa8986f5c78338856caf03d634efcba7, en de alinea staat in dat document op bytes 7824 tot 8576.