Citaat | Hoge Raad 9 mei 2017

Onder 2.2. Hoge Raad 9 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 9 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:830.

Op basis van de geschetste feiten en omstandigheden stel ik vast dat [verdachte] wist of had moeten weten dat ze met haar transacties onderdeel uitmaakte van een Btw-fraude. Met name vanwege het feit dat hij handelde met [medeverdachte 1] en toch facturen accepteerde van twee andere bedrijven en het feit dat hij inkocht voor prijzen waarvoor hij zelf de goederen in Duitsland niet kon inkopen. Verdachte [verdachte] heeft dit in zijn verhoren ook meerdere keren toegegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b35f644a9211acf90caedacf1e23848a512ee1a7d7ed3524b75da714ce56b0d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b35f644a9211acf90caedacf1e23848a512ee1a7d7ed3524b75da714ce56b0d8, en de alinea staat in dat document op bytes 18432 tot 18920.