Citaat | Hoge Raad 12 mei 2017

Onder 5.2 Hoge Raad 12 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:869.

De klacht faalt. Nadat het hof in de tweede tussenbeschikking diverse beslissingen had gegeven over het beroep van de man op dwaling, heeft het aan de vrouw gelegenheid gegeven te laten weten of zij alsnog aan DNA-onderzoek wilde meewerken (zie hiervoor in 3.2.2). Gelet hierop heeft het hof de brief van de bijzondere curator kennelijk, wegens strijd met de eisen van een goede procesorde, buiten beschouwing gelaten omdat slechts gelegenheid was gegeven te reageren ophet punt van de medewerking van de vrouw aan een DNA-onderzoek, en de bijzondere curator in zijn brief van 29 september 2015 niettemin uitsluitend op andere punten had gereageerd. Aldus verstaan geeft het bestreden oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/012b22f98b154bd2b6b163a1038ae4fce5454edef3575a95547f062b00056aa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 012b22f98b154bd2b6b163a1038ae4fce5454edef3575a95547f062b00056aa4, en de alinea staat in dat document op bytes 12072 tot 12854.