Citaat | Hoge Raad 16 mei 2017
Onder 2.3.3. Hoge Raad 16 mei 2017
Een alinea uit Hoge Raad 16 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:883.
"Voor commissies waarvoor de openbaarheidsregeling van artikel [22] van toepassing is - dit zijn de door de raadscommissies en de door de raad ingestelde bestuurscommissies - geldt ook dat deelnemers aan de beraadslagingen van de commissie niet in rechte kunnen worden vervolgd dan wel worden verplicht om te getuigen voor hetgeen zij hebben gezegd in de vergadering van de commissie of schriftelijk aan de commissie hebben overgelegd. Thans is deze regeling van immuniteit en verschoning voor alle commissie vastgelegd in artikel 94. De regeling dient echter uitsluitend te gelden voor commissies die intrinsiek raadswerk doen. Het is van belang dat raadsleden en leden van commissies die raadswerk verrichten, in vrijheid opvattingen kunnen verkondigen zonder het risico te lopen voor de inhoud daarvan in rechte ter verantwoording te worden geroepen. Tevens dienen zij in rechte te kunnen weigeren getuigenis af te leggen om zo hun informatiebron te kunnen beschermen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4b2a6585ebd8099ba2fe67e9c40a21600268a587d92adf50a124a7f247395b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4b2a6585ebd8099ba2fe67e9c40a21600268a587d92adf50a124a7f247395b9, en de alinea staat in dat document op bytes 22563 tot 23548.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4b2a6585ebd8099ba2fe67e9c40a21600268a587d92adf50a124a7f247395b9 | shasum -a 256