Citaat | Hoge Raad 16 mei 2017

Onder 2.4.4. Hoge Raad 16 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 16 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:888.

(...) De omstandigheid dat na de illegale binnenkomst een machtiging tot voorlopig verblijf of een verblijfsvergunning is afgegeven kan op zich aan de gedraging haar strafwaardigheid niet ontnemen, maar kan wel een factor zijn bij de beantwoording van de vraag of vervolging in het concrete geval opportuun is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccfddf714a193563218fdedd33ec6978d5acaaacc06819d21b8da4c83a1edc33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccfddf714a193563218fdedd33ec6978d5acaaacc06819d21b8da4c83a1edc33, en de alinea staat in dat document op bytes 23293 tot 23616.