Citaat | Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 3.2.4 Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:939.

Het hof overweegt ambtshalve dat art. 4:222 BW bepaalt dat gedurende de vereffening van titel 7 van boek 3 BW slechts van toepassing zijn de art. 166, 167, 169, 170 lid 1 en 194 lid 2. Daaruit vloeit voort dat het gedurende de vereffening niet mogelijk is dat een deelgenoot op grond van art. 3:185 BW vordert dat de rechter de wijze van verdeling gelast of de verdeling vaststelt. Dat betekent dat de rechter partijen, zolang de vereffening niet is voltooid, ambtshalve niet-ontvankelijk moet verklaren in hun vorderingen voor zover die strekken tot verdeling en de bij die verdeling nodige toerekening van schulden op het aandeel van de deelgenoot-schuldenaar. (tussenarrest van 9 juni 2015, rov. 2.19) Het hof zal mede ter voorkoming van een verrassingsbeslissing partijen gelegenheid geven zich hierover uit te laten (tussenarrest van 9 juni 2015, rov. 2.21).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eac9d1983f944be062a17a65aa5de15dfc86387cce474c7a73108020f6bdf7fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eac9d1983f944be062a17a65aa5de15dfc86387cce474c7a73108020f6bdf7fc, en de alinea staat in dat document op bytes 10818 tot 11695.