Citaat | Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 3.3.1 Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:943.

Onderdeel 1a klaagt dat het oordeel van het hof dat, met analoge toepassing van art. 1:377e BW in samenhang met art. 1:377a lid 3 BW, de moeder het recht op omgang voor de duur van een half jaar zal worden ontzegd (rov. 16), blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omdat inmenging in het recht van de moeder op omgang met de kinderen volgens art. 8 lid 2 EVRM alleen is toegestaan voor zover daarin bij wet is voorzien. Onderdeel 1b klaagt onder meer dat het hof in datzelfde oordeel heeft miskend dat het enkele feit dat de GI de voogdij over de kinderen heeft, niet meebrengt dat sprake is van een “nauwe persoonlijke betrekking” als bedoeld in de art. 1:377e BW en 1:377a lid 3 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/405ace64fd6964f7df6cedeee4ed0462635eb41e06a71e62060cb71bef02f68d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 405ace64fd6964f7df6cedeee4ed0462635eb41e06a71e62060cb71bef02f68d, en de alinea staat in dat document op bytes 11568 tot 12274.