Citaat | Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 3.3.3 Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:943.
Tot de zorg en de verantwoordelijkheid van een gecertificeerde instelling voor het geestelijk welzijn en de persoonlijke ontwikkeling van het kind behoort dat zij het recht van de betrokken minderjarige op omgang met de niet met het gezag belaste ouder in acht neemt, evenals het recht op en de verplichting tot omgang van die ouder met zijn kind (art. 1:377a BW). Deze verplichtingen rusten op haar in het belang van het kind en kunnen niet los worden gezien van de verplichting dat belang te dienen (vgl. in dezelfde zin voor ouderlijk gezag HR 25 september 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2714, NJ 1999/379 en HR 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:452, NJ 2016/210). Dat belang kan ook meebrengen dat het recht op omgang, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een ouder wordt ontzegd. De art. 1:377a en 1:377e BW moeten dan ook aldus worden uitgelegd dat de daarin aan de ouders toegekende bevoegdheid de rechter te verzoeken een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast te stellen of te wijzigen, dan wel het recht op omgang aan een ouder te ontzeggen, mede aan een gecertificeerde instelling toekomt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/405ace64fd6964f7df6cedeee4ed0462635eb41e06a71e62060cb71bef02f68d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 405ace64fd6964f7df6cedeee4ed0462635eb41e06a71e62060cb71bef02f68d, en de alinea staat in dat document op bytes 13228 tot 14348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/405ace64fd6964f7df6cedeee4ed0462635eb41e06a71e62060cb71bef02f68d | shasum -a 256