Citaat | Hoge Raad 23 mei 2017
Onder 2.2.1. Hoge Raad 23 mei 2017
Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:944.
[betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) kwam bij [betrokkene 2] en zei dat er een paar mensen waren die even met mij wilden praten. Ik vroeg waarover het ging, maar hij antwoordde dat ze gewoon iets wilden vragen. Ik ben vervolgens met [betrokkene 1] in zijn auto naar de Ivoorkust gegaan. U houdt mij voor dat [verdachte] heeft verklaard dat de ontmoeting heeft plaatsgevonden vlak hij een schooltje. Ja. dat klopt. Het schooltje zit aan de overkant: mijn zoon heeft daar op school gezeten. Ik heb in de rode auto gezeten, op de plaats achter de bestuurder.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05e41fede7d18f21724fe3bf56ab576916c3a679b81a1d647e99702b09fdd500. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05e41fede7d18f21724fe3bf56ab576916c3a679b81a1d647e99702b09fdd500, en de alinea staat in dat document op bytes 15064 tot 15660.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/05e41fede7d18f21724fe3bf56ab576916c3a679b81a1d647e99702b09fdd500 | shasum -a 256