Citaat | Hoge Raad 30 mei 2017

Onder 3.5. Hoge Raad 30 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:967.

Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en het is ook niet onbegrijpelijk. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen. Het Hof heeft, kennelijk mede op grond van hetgeen onder 3.4.2 is weergegeven omtrent (i) de klachtprocedure van art. 12 Sv, (ii) degenen door of namens wie aangifte is gedaan, (iii) de klacht van 9 oktober 2007 en (iv) de aanvullende aangifte, waarin aangevers hebben verwoord dat de verdachte doorgaat met de verspreiding van inhoudelijk soortgelijke lasterlijke mededelingen over leden van de familie [betrokkene 1] , alsmede aan het verloop van de procedure en hetgeen daarin door de benadeelden naar voren is gebracht, de gevolgtrekking kunnen verbinden dat het niet anders kan zijn dan dat [A] Advocaten en [betrokkene 1] ten tijde van het opmaken van de aangifte de bedoeling hadden dat vervolging van de verdachte (ook ter zake van het onder 1 tenlastegelegde) zou worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3edeaa743ff15a0e9c1ba54b09a11879924c7a064a67e698adb205216ae1ac3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3edeaa743ff15a0e9c1ba54b09a11879924c7a064a67e698adb205216ae1ac3b, en de alinea staat in dat document op bytes 33896 tot 34846.