Citaat | Hoge Raad 30 mei 2017

Onder 5.4.2. Hoge Raad 30 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:967.

Uit de bewijsvoering van het Hof valt, in het licht van hetgeen hiervoor in 5.3 is vooropgesteld, niet af te leiden dat de verdachte met betrekking tot de door het Hof als bewijsmiddel 1 en 2 gebezigde brieven aan [betrokkene 3] , de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Nederland, respectievelijk en [betrokkene 4] , de toenmalige minister van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten van Amerika, heeft gehandeld met het kennelijke doel om aan de in die brieven vermelde feiten ruchtbaarheid te geven. Dat, zoals het Hof heeft overwogen, "gelet op de aard van hun respectieve functies (...) met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verwacht kan worden dat ook anderen dan de geadresseerden kennis zullen nemen van de inhoud van die brieven", is daartoe onvoldoende, mede in aanmerking genomen dat uit het bestreden arrest niet blijkt in hoeverre het Hof betekenis heeft toegekend aan de omstandigheid dat een ambt als door de genoemde personen bekleed met discretie pleegt te worden uitgeoefend. De bewezenverklaring is in zoverre ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3edeaa743ff15a0e9c1ba54b09a11879924c7a064a67e698adb205216ae1ac3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3edeaa743ff15a0e9c1ba54b09a11879924c7a064a67e698adb205216ae1ac3b, en de alinea staat in dat document op bytes 39067 tot 40147.