Citaat | Hoge Raad 30 mei 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 30 mei 2017
Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:968.
Ik erken dat ik op 19 september 2014 als bestuurder van een personenauto op de Bredyk ter hoogte van Stiens heb gereden. Ik weet dat mijn rijbewijs ongeldig is verklaard. Op het moment dat ik als bestuurder heb gereden heb ik GHB gebruikt. Ik heb op het moment van aanhouding een slokje genomen en aan het einde van de middag ongeveer 5-7 milliliter. Ik heb vandaag wel vaker een nipje gehad, maar ik weet niet precies hoeveel. Ik gebruik eigenlijk wel de hele dag door, steeds een klein beetje. Af en toe gebruik ik ook speed. Dat heb ik vanmiddag ook gehad, ongeveer één lijntje. Ik had een flaconnetje van ca. 30-40 milliliter GHB bij me. Dat is voor eigen gebruik. Ik had verder een doosje met speed in de auto liggen. Dat was ook voor eigen gebruik. Ik denk dat er ongeveer anderhalve gram in dat doosje zat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebb747e1dc90fb5084f040fd97085398f38e6b64d7b573caeb5b31d78399796. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebb747e1dc90fb5084f040fd97085398f38e6b64d7b573caeb5b31d78399796, en de alinea staat in dat document op bytes 10134 tot 10962.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebb747e1dc90fb5084f040fd97085398f38e6b64d7b573caeb5b31d78399796 | shasum -a 256