Citaat | Hoge Raad 30 mei 2017

Onder 2.2.3. Hoge Raad 30 mei 2017

Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:968.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat het hof direct uitspraak zal doen. Ten aanzien van feit 1 overweegt de voorzitter dat uit het dossier blijkt dat de verbalisanten een gerichte alcoholcontrole hielden. Verdachte werd in zijn voertuig stilgehouden. De verbalisant nam waar dat verdachte vernauwde pupillen had. Tevens was het de verbalisanten ambtshalve bekend dat verdachte een gebruiker van verdovende middelen is. Toen de verbalisant vervolgens met toestemming van verdachte het voertuig van verdachte parkeerde, zag de verbalisant een doosje met poeder in het bergvak van het bestuurdersportier liggen, van welk poeder hij vermoedde dat dit speed was. Verdachte is vlak daarna om 03:05 uur aangehouden op grond van artikel 8 WVW. Het hof overweegt, dat op grond van voorgaande omstandigheden voldoende verdenking jegens verdachte bestond voor die aanhouding. Het verweer wordt verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebb747e1dc90fb5084f040fd97085398f38e6b64d7b573caeb5b31d78399796. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebb747e1dc90fb5084f040fd97085398f38e6b64d7b573caeb5b31d78399796, en de alinea staat in dat document op bytes 17378 tot 18313.