Citaat | Hoge Raad 30 mei 2017
Onder 2.4. Hoge Raad 30 mei 2017
Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:968.
Een verdachte die door de politie is aangehouden, kan aan art. 6 EVRM een aanspraak op rechtsbijstand ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. De aangehouden verdachte dient vóór de aanvang van het eerste verhoor te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Behoudens in het geval dat hij uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen als door het EHRM bedoeld, zal hem binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dat recht te verwezenlijken. Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen (vgl. HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079, NJ 2009/349 en HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebb747e1dc90fb5084f040fd97085398f38e6b64d7b573caeb5b31d78399796. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebb747e1dc90fb5084f040fd97085398f38e6b64d7b573caeb5b31d78399796, en de alinea staat in dat document op bytes 25247 tot 26548.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebb747e1dc90fb5084f040fd97085398f38e6b64d7b573caeb5b31d78399796 | shasum -a 256