Citaat | Hoge Raad 30 mei 2017
Onder 3.2.3. Hoge Raad 30 mei 2017
Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:970.
Hier wijst de Hoge Raad terecht op een knelpunt. De regeling biedt de rechter nu te weinig ruimte om achteraf, in de fase van de executie correcties aan te brengen. Daarom dient in het geval dat de veroordeelde geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben, de rechter gebruik te maken van zijn bevoegdheid ingevolge artikel 36e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het is redelijk dat de rechter op een ter zake van de draagkracht uitdrukkelijk voorgedragen, met argumenten ondersteund, verweer een uitdrukkelijk en gemotiveerd antwoord geeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3cc9159b21ced9865275d5112127d37e56788a5ae27589f349bb9ed6f5f862b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3cc9159b21ced9865275d5112127d37e56788a5ae27589f349bb9ed6f5f862b, en de alinea staat in dat document op bytes 25053 tot 25660.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3cc9159b21ced9865275d5112127d37e56788a5ae27589f349bb9ed6f5f862b | shasum -a 256