Citaat | Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 3.3. Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:979.

De klachten zijn gericht tegen de hiervoor in 3.2 omschreven oordelen van het Hof en voeren aan dat deze oordelen getuigen van onjuiste rechtsopvattingen dan wel niet naar behoren zijn gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk zijn. Uit het arrest Paul Newey volgt, aldus de eerste klacht, dat kunstmatige constructies voor de heffing van omzetbelasting alleen dan zijn verboden indien zij enkel bedoeld zijn om een fiscaal voordeel te verkrijgen. Voor zover het Hof heeft geoordeeld dat aan de contractuele bepalingen tussen [B] en de BV en tussen de BV en de diverse afnemers moet worden voorbijgegaan vanwege de kunstmatigheid ervan omdat volgens de economische en commerciële realiteit [B] de auto’s niet aan de BV heeft geleverd maar via [C] B.V. (hierna: [C] ) aan de diverse afnemers, heeft het Hof, aldus de eerste klacht, nagelaten te onderzoeken of met de vermeende kunstmatige constructie tussen deze partijen is beoogd een fiscaal voordeel te behalen en welk fiscaal voordeel dat is geweest. De tweede klacht betoogt dat indien het Hof heeft geoordeeld dat sprake is geweest van een schijnconstructie in de zin dat [B] de auto’s in werkelijkheid niet aan de BV heeft geleverd maar via [C] aan de diverse afnemers, het Hof de criteria voor het vaststellen van een levering in de zin van artikel 3 van de Wet onjuist heeft toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecf3036c9e2e94f4cd085ceacd161367353b030c27aaf41514abddc5189c3585. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecf3036c9e2e94f4cd085ceacd161367353b030c27aaf41514abddc5189c3585, en de alinea staat in dat document op bytes 10206 tot 11560.