Citaat | Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 3.6 Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:982.

Naast het hiervoor in 3.5 overwogene geldt dat de ondernemingskamer op de voet van art. 289 Rv bevoegd is ten gunste van de OR een proceskostenveroordeling uit te spreken ten laste van DA Retailgroep c.s., indien laatstbedoelde partijen ten opzichte van de OR in dit geding kunnen worden aangemerkt als in het ongelijk gestelde partijen. Het staat de ondernemingskamer vrij het liquidatietarief niet toe te passen en DA Retailgroep c.s., in overeenstemming met het bepaalde in art. 22 lid 2 WOR, te veroordelen in de werkelijke (redelijke) kosten die aan de zijde van de OR in het geding voor de ondernemingskamer zijn gevallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aacdc8541a479b1ea462e10d4463ada1aa935f6ea8537d5ffea96a7f97c4ad8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aacdc8541a479b1ea462e10d4463ada1aa935f6ea8537d5ffea96a7f97c4ad8d, en de alinea staat in dat document op bytes 26122 tot 26763.