Citaat | Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 3.4.5 Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:987.

De stelplicht en bewijslast met betrekking tot het tekortschieten van het toezicht rusten in beginsel bij de benadeelde; deze zal feiten en omstandigheden moeten aanvoeren waaruit het tekortschieten van het toezicht volgt. De enkele stelling dat sprake is geweest van een overtreding van het hiervoor in 3.4.2 genoemde verbod en dat toezicht of controle die overtreding had kunnen verhinderen, volstaat dan ook niet. Anders dan onderdeel 3 betoogt, bestaat voorts geen grond om als regel op de Staat een verzwaarde motiveringsplicht te leggen met betrekking tot het door hem uitgevoerde toezicht. De mate waarin de Staat zijn verweer tegen het gestelde toezichtsfalen dient te motiveren, hangt af van de omstandigheden van het geval en van hetgeen de benadeelde omtrent het tekortschieten van het toezicht heeft gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1465446c59b8200778aec29d5e91930465ae77f6a0698b654ae94a968c9390f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1465446c59b8200778aec29d5e91930465ae77f6a0698b654ae94a968c9390f5, en de alinea staat in dat document op bytes 22236 tot 23069.