Citaat | Hoge Raad 26 juni 2018

Onder 2.1. Hoge Raad 26 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1012.

Het middel klaagt dat de schatting door het Hof van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende is gemotiveerd. Daartoe wordt in de toelichting op het middel aangevoerd dat uit de bestreden uitspraak niet blijkt of het Hof toepassing heeft gegeven aan het tweede dan wel het derde lid van art. 36e Sr en ook niet of aan de in die bepalingen gestelde toepassingsvoorwaarden is voldaan. Voor zover het gaat om toepassing van dat tweede lid, heeft het Hof – aldus de toelichting – in het bijzonder het bedrag van het geschatte voordeel in onvoldoende mate gerelateerd aan het feit of de feiten waarvoor de betrokkene is veroordeeld dan wel andere strafbare feiten als bedoeld in art. 36e, tweede lid, Sr. Voor zover het gaat om toepassing van dat derde lid heeft het Hof – aldus de toelichting – niet voldaan aan de toepassingsvoorwaarde dat een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld. Het middel klaagt niet over het door het Hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel betrekken van de post "witwassen van guldens" uit de kasopstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41dad94047615cbd08b0b9806578a501a568ccff7ba6e3ba841599f5f8133b4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41dad94047615cbd08b0b9806578a501a568ccff7ba6e3ba841599f5f8133b4a, en de alinea staat in dat document op bytes 7281 tot 8394.