Citaat | Hoge Raad 26 juni 2018

Onder 2.4. Hoge Raad 26 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1012.

2. De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde feit of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41dad94047615cbd08b0b9806578a501a568ccff7ba6e3ba841599f5f8133b4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41dad94047615cbd08b0b9806578a501a568ccff7ba6e3ba841599f5f8133b4a, en de alinea staat in dat document op bytes 14747 tot 15041.