Citaat | Hoge Raad 26 juni 2018

Onder 2.7. Hoge Raad 26 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1012.

Voor zover het middel met betrekking tot de toepassing van art. 36e, derde lid, Sr op de opvatting berust dat het Hof had moeten vaststellen dat is voldaan aan het vereiste dat een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, faalt het evenzeer omdat het miskent dat de onder 2.3.2 vermelde bewezenverklaarde feiten zijn begaan na 1 juli 2011 en dat gelet daarop art. 36e, derde lid, Sr sindsdien niet zo een vereiste meer stelt (vgl. HR 29 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2714, NJ 2017/105).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41dad94047615cbd08b0b9806578a501a568ccff7ba6e3ba841599f5f8133b4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41dad94047615cbd08b0b9806578a501a568ccff7ba6e3ba841599f5f8133b4a, en de alinea staat in dat document op bytes 17960 tot 18470.