Citaat | Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 3.2.3 Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1027.

Als komt vast te staan dat [verweerster 1] en [verweerster 2] met [betrokkene 1] c.s. als koopprijs zijn overeengekomen € 423.000,--, waarvan € 63.000,-- niet zou worden aangegeven voor heffing van overdrachtsbelasting, is er sprake van een beding waarvan de inhoud in strijd is met de openbare orde als bedoeld in art. 3:40 lid 1 BW. [verweerster 1] en [verweerster 2] hebben voor dat geval geen beroep gedaan op art. 3:41 BW. [eiseres] heeft gesteld dat de overeenkomst tussen [betrokkene 1] c.s. en [verweerster 1] en [verweerster 2] niet tot stand zou zijn gekomen zonder het nietige zwartgeldbeding. Derhalve is de gehele overeenkomst nietig als het zwartgeldbeding komt vast te staan. Overeenkomstig haar bewijsaanbod zal [eiseres] worden toegelaten daarvan bewijs te leveren. (rov. 6.10.3.1-6.10.3.2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e6f950287f5fe01d4b26e192080fd4403a3679b60975cc93d02ae4567217efc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e6f950287f5fe01d4b26e192080fd4403a3679b60975cc93d02ae4567217efc, en de alinea staat in dat document op bytes 12052 tot 12916.