Citaat | Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 3.3.3 Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1027.
Onderdeel I betoogt onder a dat onbegrijpelijk is dat het hof in rov. 9.6 van het eindarrest (zie hiervoor in 3.2.4) overweegt dat de andere getuigen niets hebben verklaard dat ter zake dienend is. Getuige [betrokkene 6] (de voormalige verkoopmakelaar van [betrokkene 1] c.s.) heeft namelijk verklaard: “Toen wij afscheid namen van [betrokkene 1] was er een bieding van net boven de € 400.000,--.” Dit is volgens het onderdeel een belangrijke aanwijzing dat [verweerster 1] en [verweerster 2] meer moeten hebben geboden dan de schriftelijk vastgelegde € 360.000,--. Onder b betoogt het onderdeel dat het hof ten onrechte geen betekenis heeft toegekend aan de (transcriptie van de) geluidsopname van het gesprek tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] . Het hof heeft deze wel ten grondslag gelegd aan zijn oordeel dat [eiseres] tot bewijslevering moest worden toegelaten, maar heeft de (transcriptie van de) geluidsopname niet meer (kenbaar) betrokken bij de bewijswaardering. Dit klemt te meer omdat de uitlating van [betrokkene 1] in het opgenomen gesprek wordt bevestigd door de verklaring van [betrokkene 6] , aldus de klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e6f950287f5fe01d4b26e192080fd4403a3679b60975cc93d02ae4567217efc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e6f950287f5fe01d4b26e192080fd4403a3679b60975cc93d02ae4567217efc, en de alinea staat in dat document op bytes 17370 tot 18534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8e6f950287f5fe01d4b26e192080fd4403a3679b60975cc93d02ae4567217efc | shasum -a 256