Citaat | Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 3.4.4 Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1027.
Bij de beoordeling van een beroep op voordeelstoerekening (art. 6:100 BW) gaat het erom dat genoten voordelen, voor zover dat redelijk is, mede in aanmerking behoren te worden genomen bij de vaststelling van de te vergoeden schade. Daarvoor is allereerst vereist dat tussen de normschending en de gestelde voordelen een condicio sine qua non-verband bestaat, in die zin dat in de omstandigheden van het geval sprake is van een voordeel dat zonder de normschending niet zou zijn opgekomen. Voorts dient het met inachtneming van de in art. 6:98 BW besloten maatstaf redelijk te zijn dat die voordelen in rekening worden gebracht bij de vaststelling van de te vergoeden schade. Zie HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483, NJ 2017/262 (TenneT/ABB), rov. 4.4.3.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e6f950287f5fe01d4b26e192080fd4403a3679b60975cc93d02ae4567217efc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e6f950287f5fe01d4b26e192080fd4403a3679b60975cc93d02ae4567217efc, en de alinea staat in dat document op bytes 21803 tot 22570.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8e6f950287f5fe01d4b26e192080fd4403a3679b60975cc93d02ae4567217efc | shasum -a 256