Citaat | Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 3.9. Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1034.
Middel III herhaalt het voor het Hof gehouden betoog dat uit artikel 3, leden 2 tot en met 5, van Vo. (EG) 1484/95 moet worden afgeleid dat deze verordening nog steeds een keuzesysteem inhoudt in die zin dat een importeur ervoor kan kiezen bij de invoer te volstaan met het betalen van aanvullende rechten op basis van de representatieve prijs van de ingevoerde producten, los van de voor de goederen betaalde of te betalen cif-invoerprijs. Deze uitleg ligt, aldus het middel, ook voor de hand aangezien een importeur die een cif-invoerprijs gelijk aan de representatieve prijs opgeeft, geen zekerheid hoeft te stellen. Voorts is volgens het middel deze uitleg ook feitelijk de dagelijkse praktijk en van algemene bekendheid. Volgens het middel vormt de representatieve prijs de ondergrens voor de berekening van de heffingsgrondslag voor de verschuldigde aanvullende rechten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150, en de alinea staat in dat document op bytes 26789 tot 27682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150 | shasum -a 256