Citaat | Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 3.16. Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1034.

Middel X, gericht tegen het hiervoor in 3.13 weergegeven oordeel van het Hof, faalt. Uit het arrest A, punt 42, volgt dat de bescheiden die krachtens artikel 3, lid 2, van Vo. (EG) 1484/95 moeten worden overgelegd, voor de opstelling van de douaneaangifte noodzakelijke gegevens vormen. Bij de onderhavige aangiften zijn gegevens verstrekt die ertoe hebben geleid dat de douaneautoriteiten niet in staat waren het juiste bedrag aan verschuldigde rechten te heffen. Deze gegevens zijn “verkeerd” in de zin van artikel 201, lid 3, tweede alinea, van het CDW (zie het arrest A, punt 46). In een dergelijk geval is geen sprake van een vergissing van de douaneautoriteiten als bedoeld in artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW (zie onderdeel 12.5 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150, en de alinea staat in dat document op bytes 36405 tot 37210.