Citaat | Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 3.19. Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1034.
Het Hof heeft voorts geoordeeld – onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 12 september 2008, nr. 41846, ECLI:NL:HR:2008:AZ6888, BNB 2008/287 (hierna: het arrest BNB 2008/287) - dat belanghebbende zich ervan bewust moet zijn geweest dat door zijn handelen of nalaten aanvullende rechten zouden worden ontdoken of ten minste dat er een aanmerkelijke kans bestond dat door zijn handelen of nalaten aanvullende rechten zouden worden ontdoken, en dat belanghebbende daarom, gelet op artikel 22e, lid 2, van de AWR, terecht is aangesproken. Aan dat oordeel heeft het Hof ten grondslag gelegd dat alle betrokkenen, onder wie belanghebbende, reeds voor het indienen van de eerste aangifte beschikten over de wetenschap dat ten gevolge van de - door hen opgezette - transactiestructuur de aanvullende rechten niet verschuldigd zouden worden, dat dit ook de expliciete opzet van de transactiestructuur was en dat alle betrokkenen, onder wie belanghebbende, als aandeelhouders van [D] voordeel genoten van deze opzet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150, en de alinea staat in dat document op bytes 38931 tot 39967.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150 | shasum -a 256