Citaat | Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 3.27. Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1034.
Bij de hiervoor in 3.26 bedoelde beoordeling had het Hof moeten betrekken of belanghebbende, niet zonder redelijke grond, een juridische stelling had kunnen inbrengen die tot een andere afloop had kunnen leiden. Voorts diende het Hof te beoordelen of belanghebbende had kunnen aanvoeren dat de Minister de feiten op een andere wijze had moeten waarderen en interpreteren, zodat hij niet tot het genomen besluit had kunnen komen. Ook indien het gaat om een niet voor meerderlei uitleg vatbaar juridisch standpunt, neemt dit laatste immers niet weg dat de waardering en de interpretatie van de door de Minister gestelde feiten zich kunnen lenen voor een discussie over het antwoord op de vraag of dat standpunt moet leiden tot de door de Minister gestelde gevolgen. Bij deze beoordeling zijn mede van belang de stellingen die belanghebbende alsnog in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Deze toetsing heeft het Hof niet uitgevoerd. De uitspraak van het Hof getuigt om die reden van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel slaagt daarom in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150, en de alinea staat in dat document op bytes 46846 tot 47905.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe43989e371082480e895809de334f3370d05c366ee1cb9171d5dc2fe5005150 | shasum -a 256