Citaat | Hoge Raad 3 juli 2018

Onder 2.2. Hoge Raad 3 juli 2018

Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1053.

"Plaats delict: [a-straat 1] Almere (...) Vandaag, 7 mei 2015 is het tussen mij en [verdachte] weer tot een uitbarsting gekomen (...) Ineens voelde ik een harde klap in mijn hals ter hoogte van mijn oor, aan de rechterzijde van mijn gezicht (...) Ik voelde door de klap hevige pijn op de plek waar hij mij had geraakt (...) Ik zag dat hij zijn rechterhand uitstak en richting mijn gezicht bracht. Ik voelde hierop een harde knal op mijn linkeroor. Hierdoor voelde ik mijn linkeroor branden van de pijn. Ik zag toen dat [verdachte] zijn slipper uit deed (...) Ik was bang dat hij met de slipper wilde slaan dus hield ik mijn handen voor mijn hoofd. Ik voelde toen een harde stekende pijn op mijn handen (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18fbe70e77a190bcee774e3f7e7b303b70357cbb436b05394b2b79b5c7ae607c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18fbe70e77a190bcee774e3f7e7b303b70357cbb436b05394b2b79b5c7ae607c, en de alinea staat in dat document op bytes 8003 tot 8723.