Citaat | Hoge Raad 3 juli 2018
Onder 3.3.2. Hoge Raad 3 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1068.
De Hoge Raad heeft in de hiervoor genoemde arresten tevens overwogen dat art. 55, eerste lid, en art. 56 Sr in zijn recente rechtspraak zelden aan de orde komen en dat daarbij een belangrijke rol speelt dat hierop betrekking hebbende klachten doorgaans van onvoldoende belang zijn om cassatie te rechtvaardigen omdat - kort gezegd - de opgelegde straf ver onder het strafmaximum ligt dat zou gelden als met de steller van het middel van eendaadse samenloop of voortgezette handeling zou worden uitgegaan. Vanwege het belang dat het thema heeft met name in feitelijke aanleg, heeft de Hoge Raad de onder 3.3.1 samengevat weergegeven opmerkingen gemaakt over de uitleg en de toepassing van voornoemde wetsbepalingen, met de kanttekening dat de zeer beperkte toetsing in cassatie niet zal veranderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd17ae49c1a048caec914bec071af37ba9e4261d648b02e52160d9260a1c25a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd17ae49c1a048caec914bec071af37ba9e4261d648b02e52160d9260a1c25a9, en de alinea staat in dat document op bytes 12675 tot 13486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd17ae49c1a048caec914bec071af37ba9e4261d648b02e52160d9260a1c25a9 | shasum -a 256