Citaat | Hoge Raad 3 juli 2018
Onder 2.3. Hoge Raad 3 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1069.
Het middel doet een beroep op rechtspraak van de Hoge Raad over in het bijzonder de kwalificeerbaarheid als witwassen van het "verwerven of voorhanden hebben" van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen (vgl. HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:702, NJ 2014/302 en HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842, NJ 2017/218). Met die rechtspraak wordt gedoeld op het "verwerven of voorhanden hebben" als bedoeld in het eerste lid onder b van art. 420bis Sr. De bewezenverklaring houdt evenwel ook in dat de verdachte van het geldbedrag "gebruik heeft gemaakt" en dat heeft "omgezet" als bedoeld in het evengenoemde onderdeel van dat artikellid. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het "voorhanden hebben" van het geldbedrag, zou de mogelijke gegrondheid van deze klacht niet tot cassatie behoeven te leiden wegens het ontbreken van voldoende belang van de verdachte bij deze klacht (vgl. HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3043, NJ 2016/80).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a87ac5c7f671fd09ff0bfbb6cff76fa0a63feecd8a0ae81d37e9cc3adb4d15b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a87ac5c7f671fd09ff0bfbb6cff76fa0a63feecd8a0ae81d37e9cc3adb4d15b4, en de alinea staat in dat document op bytes 7337 tot 8418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a87ac5c7f671fd09ff0bfbb6cff76fa0a63feecd8a0ae81d37e9cc3adb4d15b4 | shasum -a 256