Citaat | Hoge Raad 26 januari 2018
Onder 3.2.2 Hoge Raad 26 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:107.
Ten aanzien van de betalingen die zijn gedaan uit de opbrengst van de verkoop van de activa van [E] , en de betalingen die door [A] en [K] zijn gedaan, kan niet worden aangenomen dat deze zijn gedaan aan schuldeisers die gerechtigd waren zich bij voorrang op die bedragen te verhalen. Deze betalingen zijn onrechtmatig jegens de gezamenlijke schuldeisers. In zoverre zijn de vorderingen van de curator toewijsbaar. (rov. 3.20-3.21 en rov. 3.23)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfc235cd7118cc2375a074a01a44765b6c68bc41a7cf976a1b40614629afd9b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfc235cd7118cc2375a074a01a44765b6c68bc41a7cf976a1b40614629afd9b6, en de alinea staat in dat document op bytes 12519 tot 12976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfc235cd7118cc2375a074a01a44765b6c68bc41a7cf976a1b40614629afd9b6 | shasum -a 256