Citaat | Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 3.2.3 Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1097.

Binnen dit kader is voor een goed begrip nog het volgende van belang: ED heeft voor het eerst bij memorie van grieven (…) verduidelijkt dat zij (ook) betaling vordert van onderhoudstermijnen over de jaren 2002 en 2003. Dit heeft aan Siza het beroep op verjaring ontlokt. (…) ED had zich bij memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep op stuiting kunnen beroepen, maar heeft dat nagelaten. Zonder een beroep op stuiting stond het het hof niet vrij om (derhalve: ‘ambtshalve’) te onderzoeken of een ingeroepen verjaring is gestuit: de burgerlijke rechter moet in dit opzicht lijdelijk zijn. Het had op de weg van ED gelegen om die stuiting uiterlijk bij memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep in te roepen. Stelplichten ter zake van stuiting van verjaring rusten immers in beginsel op degene die zich op de stuiting beroept.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ffd3e0db6858ff5edecd89332cefc8ebda7dd7a41ae129d67a7db2c94301827. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ffd3e0db6858ff5edecd89332cefc8ebda7dd7a41ae129d67a7db2c94301827, en de alinea staat in dat document op bytes 14832 tot 15699.